Nieuw onderzoek naar bodemleven in voedselbossen

Voedselbossen worden vaak gezien als een kansrijke manier om de biodiversiteit te vergroten, maar hoe zit het eigenlijk met het bodemleven? Onderzoek van Isabelle van der Zanden (WUR) en Lieke Moreels (Universiteit Gent) laat zien dat voedselbossen het bodemleven duidelijk verrijken ten opzichte van gangbare landbouw, al verschillen de effecten per soortgroep en spelen factoren als leeftijd en beheer een belangrijke rol.

Biodiversiteit is één van de grote beloften van voedselbossen. Niet alleen boven het maaiveld, met meer vogels, insecten en planten, maar juist ook onder de grond: in het enorme netwerk van schimmels, bacteriën en bodemdieren dat ecosystemen gezond en veerkrachtig maakt. Vaak wordt gedacht dat voedselbossen daar automatisch goed aan bijdragen. Hoe sterk zie je dat eigenlijk terug in de cijfers?

Eerder wetenschappelijk onderzoek van Jeroen Breidenbach in Voedselbos Ketelbroek liet al zien dat de soortenrijkdom in het voedselbos hoog was, zelfs in vergelijking met het nabijgelegen natuurgebied De Bruuk. Dat gold onder andere voor loopkevers en macronachtvlinders. Ook in Voedselbos Haarzuilens werd een positief effect geconcludeerd op broedvogels en insecten. Maar twee voorbeelden vertellen nog niet het hele verhaal.

Daarom is het zo waardevol dat Isabelle van der Zanden, Lieke Moereels en collega’s de afgelopen jaren een grootschalig onderzoek uitvoerde naar bodemleven in voedselbossen in Noordwest-Europa. In maart 2026 verscheen hiervan de eerste wetenschappelijke publicatie. Voor het onderzoek werden 15 voedselbossen vergeleken met nabijgelegen bossen, permanente graslanden en akkers. Daarbij werd gekeken naar twaalf groepen bodemorganismen, waaronder bacteriën, schimmels, protisten, nematoden, regenwormen en verschillende groepen bodemarthropoden. De onderzoekers bekeken niet alleen hoeveel organismen en soorten er waren, maar ook welke families of phyla domineerden en  hoe die hele bodemgemeenschappen  verschilden van de bossen, graslanden en akkers.

De figuur illustreert waar de 15 voedselbossen in Nederland en België liggen en hoe in elk voedselbos de proefvlakken zijn verdeeld om verschillende bodemorganismen op een vergelijkbare manier te bemonsteren.

 

Wat laat het onderzoek zien?

De algemene lijn van het onderzoek is voorzichtig positief voor voedselbossen. Voor veel groepen werden hogere aantallen gevonden dan in akkers. Vooral grotere bodemdieren zoals pissebedden, miljoenpoten en hooiwagens deden het vaak goed. Dat zijn juist groepen die gevoelig zijn voor verstoring en droge omstandigheden en een strooisellaag nodig hebben om zich te vestigen. Daarnaast hadden de schimmels (de niet arbusculaire mycorrhizale) hogere diversiteit in voedselbossen dan de akkers, graslanden en zelfs de bossen.

Ook de samenstelling van de bodemgemeenschappen bleek duidelijk anders dan in graslanden en akkers. Voedselbossen herbergen vaker soorten die passen bij meer bosachtige omstandigheden. Tegelijkertijd zitten ze ecologisch vaak nog “tussen” landbouwgrond en bos in. Dat is ook logisch: veel voedselbossen zijn nog relatief jong en de bodem kan nog lange tijd de geschiedenis van het voormalig landgebruik met zich meedragen.

Hoewel voedselbossen op veel punten positief scoren, zijn de verschillen in biodiversiteit niet voor alle soortgroepen even groot. Oudere bossen ondersteunen voor sommige groepen nog altijd duidelijk andere en meer gevarieerde gemeenschappen, terwijl regenwormen en arbusculaire mycorrhizale schimmels gemiddeld juist in hogere aantallen voorkomen in graslanden.

Een hoopvolle stap vooruit

Dat maakt het onderzoek juist interessant. Het laat zien dat wat er bovengronds verandert zich niet direct vertaalt naar wat er onder de grond afspeelt en dat voedselbossen niet simpelweg “automatisch biodiverser” zijn. Zaken als vorig landgebruik, leeftijd, bodemtype, beheer en beplanting spelen hierin een belangrijke rol. Daar ligt ook meteen de volgende stap voor onderzoek.

Misschien is dat wel de belangrijkste opbrengst van deze studie: er ligt nu een stevige basis om verder op te bouwen. Dankzij de grote hoeveelheid data, de goed uitgewerkte methode en de brede vergelijking tussen verschillende landgebruiksvormen ontstaat voor het eerst een veel completer beeld van wat voedselbossen doen met bodemleven op landschapsschaal. Het is nu interessant om te onderzoeken hoe zowel de nieuw aangekomen soorten én de achtergebleven soorten uit het vorig landgebruik samen belangrijke bodemprocessen beïnvloeden.

De conclusie is daarmee genuanceerd, maar hoopvol: voedselbossen laten duidelijke verschuivingen in bodemleven zien ten opzichte van gangbare landbouw. Hoe groot hun potentieel precies is, weten we nog niet, maar voedselbossen vormen een veelbelovende bouwsteen in het verrijken en variëren van bodemleven op landbouwgronden.

 

De volledige publicatie is hier te lezen.

Bodemleven meten in je voedselbos

Wil je bijdragen aan meer kennis over voedselbossen en inzicht krijgen in wat er onder de grond gebeurt? Voedsel uit het Bos biedt een gratis monitoringtool waarmee je bodemleven in je voedselbos kunt meten, zoals bodemdieren en andere indicatoren van biodiversiteit. Daarnaast kun je ook oogst, koolstofopslag en andere ecosysteemfuncties bijhouden. De verzamelde gegevens worden – geanonimiseerd – gedeeld met onderzoekers en universiteiten en dragen bij aan wetenschappelijk onderzoek naar voedselbossen. Heb je een voedselbos of beheer je er één? Log in, maak een voedselbosproject aan en ga vervolgens naar de monitoringstool.